ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte minderjarige op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag, toewijzing omgangsregeling
De vrouw, woonachtig in Duitsland, vordert in kort geding de afgifte van haar minderjarige dochter die bij de man in Nederland verblijft. De vordering is gebaseerd op het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De man reisde met de dochter vanuit Turkije naar Nederland en weigert deze aan de vrouw af te geven.
De voorzieningenrechter overweegt dat de exclusieve bevoegdheid voor afgifteprocedures bij de kinderrechter ligt en dat de kortgedingprocedure zich niet leent voor het noodzakelijke feitenonderzoek. Er is geen spoedeisend belang omdat de bodemprocedure binnen aanvaardbare termijn een beslissing kan geven en er geen bijzondere omstandigheden zijn die onmiddellijke voorziening rechtvaardigen.
De feiten omtrent het verblijf en de wens van de dochter zijn onduidelijk en betwist, en nader onderzoek is vereist. De primaire vordering tot afgifte wordt daarom afgewezen. Wel wijst de voorzieningenrechter de subsidiaire vordering tot omgang toe, waarbij eens per twee weken contact plaatsvindt in de woning van de man, met de man op gepaste afstand.
Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat de man medewerking heeft toegezegd. Iedere partij draagt de eigen proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. W.J. Don op 20 september 2012.
Uitkomst: Vordering tot afgifte van de minderjarige wordt afgewezen; omgangsregeling wordt toegewezen.