ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8693
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens ontbreken huisvestingsvergunning ondanks duurzame huishouding
De gemeente heeft een huurovereenkomst met de moeder van [X] die per vonnis van 23 september 2010 is ontbonden. Na het overlijden van de moeder woont [X] zonder recht of titel in de woning. [X] stelt dat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn moeder voerde en dat hij de huur voortzet, mede op basis van toezeggingen van een baliemedewerkster van de gemeente.
De gemeente betwist het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, onderbouwd met een verklaring van het zorgcentrum waar de moeder definitief is komen wonen. Daarnaast wijst de gemeente erop dat [X] niet beschikt over een vereiste huisvestingsvergunning, wat een dwingendrechtelijke voorwaarde is voor voortzetting van de huurovereenkomst volgens artikel 7:268 lid 3 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat zelfs indien sprake zou zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, het ontbreken van een huisvestingsvergunning doorslaggevend is. De vordering van [X] tot voortzetting van de huurovereenkomst en het verkrijgen van een huisvestingsvergunning wordt afgewezen. De gemeente krijgt gelijk in haar vordering tot ontruiming, waarbij een termijn van vier weken wordt gegeven. [X] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [X] tot ontruiming van de woning binnen vier weken en wijst zijn vorderingen tot voortzetting van de huurovereenkomst en huisvestingsvergunning af.