ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8705
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling na verblijf van echtgenote in Nederland
De vreemdeling, met de Egyptische nationaliteit, was in bewaring genomen door verweerder. Hij stelde dat de bewaring vanaf 24 augustus 2012 onrechtmatig was, omdat hij op grond van artikel 6 van Pro Richtlijn 2004/38/EG rechtmatig in Nederland verbleef, aangezien zijn Poolse echtgenote zich toen in Nederland bevond en hij zich bij haar wilde voegen.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling beschikte over een geldig paspoort en dat uit de gelegaliseerde huwelijksakte bleek dat hij gehuwd was met een Poolse vrouw. Uit een fax en verklaring van de gemachtigde bleek dat de echtgenote op 24 augustus 2012 in Nederland was en zich bij de vreemdeling wilde voegen. Dit maakte de bewaring vanaf die datum onrechtmatig.
Verweerder voerde aan dat niet objectief was aangetoond dat de echtgenote zich op die datum in Nederland bevond en dat de bewaring pas vanaf 27 augustus 2012 onrechtmatig zou zijn. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de bewaring vanaf 25 augustus 2012 onrechtmatig was, met een schadevergoeding van €160 voor twee dagen onrechtmatige bewaring.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €874. De rechtbank gaf aan dat partijen hoger beroep kunnen instellen binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was vanaf 25 augustus 2012 onrechtmatig en er is een schadevergoeding van €160 toegekend.