ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9131
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen vaststelling eigen bijdrage Raad voor Rechtsbijstand
Cliënt heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzieningenrechter die de eigen bijdrage van €503,-- aan advocaat had vastgesteld en tenuitvoerlegging daarvan had bevolen. Cliënt stelde dat advocaat vrijwel niets voor haar had gedaan en dat zij daarom slechts €250,-- hoefde te betalen. Advocaat stelde dat cliënt geen bezwaar had gemaakt tegen de beslissing van de Raad voor Rechtsbijstand en dat de vaststelling van de eigen bijdrage daarmee onherroepelijk was.
De rechtbank overweegt dat de vraag of de advocaat voldoende werkzaamheden heeft verricht niet ter beoordeling staat. Indien cliënt het niet eens was met de vaststelling van de eigen bijdrage, had zij binnen zes weken na 3 mei 2012 bezwaar kunnen maken bij de Commissie voor Bezwaar van de Raad voor Rechtsbijstand, maar dat is niet gebeurd. De rechtbank acht het verzet daarom niet ontvankelijk en wijst het af.
Verder stelt de rechtbank vast dat de schrapping van de verwijzing naar artikel 40 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken in artikel 38 lid 4 van Pro de Wet op de rechtsbijstand een vergissing van de wetgever betreft, waardoor verzet tegen de beslissing van de voorzieningenrechter nog mogelijk is. Desondanks leidt dit niet tot een andere uitkomst in deze zaak.
Uitkomst: Het verzet van cliënt tegen de vaststelling van de eigen bijdrage wordt afgewezen.