ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9245
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek tot wraking kantonrechter in civiele VvE-zaak
In deze civiele procedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar zaak behandelt. Het verzoek richt zich onder meer op het feit dat dezelfde kantonrechter eerder in een vergelijkbare zaak met dezelfde eisende partij een vonnis heeft gewezen, en op het vermeende onpartijdige optreden van de kantonrechter tijdens getuigenverhoren.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek, voor zover het ziet op het eerdere vonnis in een vergelijkbare zaak, te laat is ingediend en daarom niet ontvankelijk is. Verzoekster had dit verzoek uiterlijk bij de comparitie van partijen moeten indienen. Daarnaast is geoordeeld dat het enkele feit dat dezelfde kantonrechter eerder een vonnis heeft gewezen, geen grond vormt voor wraking.
Ten aanzien van de vermeende onpartijdigheid en het gedrag van de kantonrechter tijdens de getuigenverhoren, waaronder het toekennen van woorden aan getuigen en het geven van een ordemaatregel aan de gemachtigde van verzoekster, is vastgesteld dat deze feiten geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De wrakingskamer wijst het verzoek op deze gronden af.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet ontvankelijk verklaard en deels afgewezen; de procedure wordt voortgezet.