ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voortgezet verblijf wegens onvoldoende aannemelijkheid risico represailles en vrouwenbesnijdenis
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning onder de B9-regeling en vroeg om verlenging voor voortgezet verblijf. De minister wees dit af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij risico loopt op represailles of vervolging gerelateerd aan mensenhandel en dat zij haar dochter niet kan beschermen tegen vrouwenbesnijdenis.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor het risico op represailles en mensenhandel, zoals bedreigingen of hulpeloosheid van familie en autoriteiten, en dat de minister dit terecht aannam. Wel oordeelt de rechtbank dat de minister niet zonder nadere motivering mag aannemen dat eiseres haar dochter kan beschermen tegen vrouwenbesnijdenis, gezien eiseres zelf besneden is en geen sociaal netwerk of mannelijk familielid ter bescherming heeft.
De rechtbank geeft de minister op grond van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid om dit gebrek in de motivering te herstellen binnen een gestelde termijn. Indien de minister dit niet doet, zal de rechtbank binnen zes weken een einduitspraak doen. De procedure wordt heropend, maar nader onderzoek ter zitting blijft achterwege tenzij anders beslist.
Uitkomst: De minister krijgt de gelegenheid het motiveringsgebrek over het risico op vrouwenbesnijdenis te herstellen, anders volgt een einduitspraak.