ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0080
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning en inreisverbod Turkse staatsburger
Verzoeker, een Turkse staatsburger, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Deze aanvraag werd afgewezen door de Minister van Immigratie, Integratie en Asiel, die tevens een inreisverbod van twee jaar tegen verzoeker uitvaardigde. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die de afwijzing van zijn eerdere aanvraag konden wijzigen. Het ondernemingsplan van verzoeker voldeed niet aan de vereisten voor verlening van de vergunning, met name het duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan verwerven. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verbleef, waardoor zijn zelfstandige arbeid illegaal was.
Verzoekers beroep op het associatierecht, waaronder artikel 9 van Pro de Associatieovereenkomst, artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol en artikel 13 van Pro Besluit 1/80, werd verworpen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder deze bepalingen viel. Ook het argument dat het inreisverbod toekomstige aanvragen zou bemoeilijken, faalde omdat verzoeker niet had geconcretiseerd welke nieuwe aanvraag hij zou indienen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het bezwaar ongegrond voor zover dat gericht was tegen de afwijzing van de aanvraag. Het bezwaar tegen het inreisverbod werd niet ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag, maar ook dit bezwaar had geen redelijke kans van slagen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden afgewezen en ongegrond verklaard.