ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0286

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 12/25291 VRONTN
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.17a Vb 2000Art. 50 Vw 2000Art. 59 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 106 Vw 2000
Verwijzingen
16 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige staandehouding en bewaring vreemdeling wegens onvoldoende wettelijke grondslag MTV-controle

Eiser, een vreemdeling van Kameroense nationaliteit, werd op 6 augustus 2012 staandegehouden tijdens een MTV-controle op de Sphinxlunet in Maastricht en vervolgens in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank beoordeelde of deze bewaring en staandehouding rechtmatig waren volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.

De rechtbank constateerde dat de politie onvoldoende inzicht gaf in de frequentie en omvang van de controles ter verkrijging van informatie over illegaal verblijf, waardoor niet kon worden vastgesteld of de controle voldeed aan het wettelijke vereiste dat dergelijke controles slechts in beperkte mate mogen plaatsvinden. Tevens was onduidelijk of de controle plaatsvond op basis van informatie over illegaal verblijf na grensoverschrijding, zoals vereist.

Gelet op deze onduidelijkheden en het ontbreken van een rechtvaardiging voor de staandehouding, oordeelde de rechtbank dat de staandehouding onrechtmatig was. Dit leidde tot de conclusie dat ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig was. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.730,-- en veroordeelde de minister in de proceskosten. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Zutphen
Sector Bestuursrecht
Enkelvoudige kamer
Reg.nr.: AWB 12/25291 VRONTN
Uitspraak in het geding tussen de vreemdeling genaamd althans zich noemende:
[eiser]
geboren op [1979],
van Kameroense nationaliteit,
verblijvende in het detentiecentrum te Rotterdam,
V-nummer: [nummer],
eiser,
gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen, advocaat te Voerendaal,
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel
verweerder,
gemachtigde: M.J. Hofstra, werkzaam bij de IND.
1. Procesverloop
Bij besluit van 6 augustus 2012 is eiser in vreemdelingenbewaring gesteld.
Eiser heeft daarte¬gen bij brief van 9 augustus 2012 beroep ingesteld. Het beroep strekt tevens tot toekenning van schadevergoeding.
Het beroep is behandeld ter zitting van 22 augustus 2012. Eiser is door middel van telehoren door de rechtbank gehoord op zijn detentielocatie, waar ook de tolk aanwezig was. De gemachtigde van eiser en verweerder waren ter zitting in Zutphen aanwezig.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting met toepassing van artikel 8:64 van Pro de
Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geschorst teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken.
Bij faxbericht van 23 augustus 2012 heeft verweerder gereageerd. Eiser heeft hierop bij faxbericht van 24 augustus 2012 gereageerd.
Beide partijen hebben schriftelijk toestemming gegeven de nadere zitting achterwege te laten, als bedoeld in artikel 8:64, vijfde lid, van de Awb, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.
2. Overwegingen
2.1 Op grond van artikel 94, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) dient de rechtbank te beoordelen of de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met deze wet, dan wel bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is.
2.2 Op grond van artikel 4.17a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) wordt een MTV-controle uitgevoerd op basis van informatie of ervaringsregels over illegaal verblijf na grensoverschrijding. Daarnaast kan het toezicht in beperkte mate worden verricht met het oog op het verkrijgen van informatie over dergelijk illegaal verblijf.
2.3 Blijkens het proces-verbaal artikel 50 Vw Pro, opgesteld door verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B], is eiser op 6 augustus 2012 op de Sphinxlunet in Maastricht staandegehouden in het kader van een MTV-controle.
2.4 Niet in geschil is dat deze openbare weg is gelegen in een gebied tot twintig kilometer van de landgrens met België en/of Duitsland.
2.5 Volgens eiser voldoet de MTV-controle waarbij hij is staande gehouden niet aan het wettelijke vereiste als omschreven in artikel 4.17a, tweede lid, van het Vb 2000. Uit de door de politie opgestelde processen-verbaal kan niet worden afgeleid waarom de politie op een weg in de binnenstad een controle heeft uitgevoerd. Zo geven de processen-verbaal onvoldoende inzicht of sprake is geweest van grensoverschrijdend verkeer en of voldoende informatie en ervaringsgegevens over illegaal verkeer in die straat (of in de binnenstad in zijn geheel) voorhanden waren om daar te mogen controleren. Omdat de controle onvoldoende inzichtelijk en verifieerbaar heeft plaatsgevonden, moet de in bewaring stelling onrechtmatig worden bevonden. Dat de auto waarin eiser zat een Frans kenteken had en dat de inzittenden een niet westers uiterlijk hadden, rechtvaardigde in het licht van het algemeen discriminatieverbod bovendien niet de staandehouding van eiser.
2.6 De rechtbank overweegt als volgt.
2.6.1 In het proces-verbaal artikel 50 Vw Pro staat vermeld dat op bovengenoemde weg regelmatig toezichtcontroles worden uitgevoerd met het oog op het verkrijgen van informatie over illegaal verblijf en dat de controle op 6 augustus 2012 met datzelfde doel plaatsvond. Aan het begin van het aanvullend proces-verbaal van 23 augustus 2012, op ambtsbelofte opgesteld door verbalisant [verbalisant A] en tot stand gekomen op verzoek van verweerder na de zitting van 22 augustus 2012, staat wederom vermeld dat de controle plaatsvond met het oog op het verkrijgen van informatie over illegaal verblijf terwijl in de daarop volgende zin staat geschreven dat deze toezichtcontrole is uitgeoefend op basis van informatie of ervaringsgegevens over illegaal verblijf. Daarna volgt – naar de rechtbank begrijpt – onder meer een beschrijving door verbalisant [verbalisant A] van de redenen waarom hij tijdens de uitvoering van de controle eiser heeft geselecteerd om staande te houden.
2.6.2 De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal artikel 50 Vw Pro naar voren komt dat op genoemde weg regelmatig controles plaatsvinden. Uit het proces-verbaal van bevindingen toezicht controle o.b.v. artikel 4.17a Vb 2000, kan enkel worden afgeleid dat in de maand augustus - welke maand toen pas zes dagen aan de gang was - op die weg nog geen eerdere controles hadden plaatsgevonden en dat op 6 augustus 2012 de auto van eiser de enige stilgehouden auto is geweest tijdens de controle die vijfentwintig minuten heeft geduurd. Door verweerder is verder geen inzicht gegeven, ook niet in het aanvullend proces-verbaal, in de frequentie en omvang van de controles ter verkrijging van informatie over illegaal verblijf in de binnenstad in het algemeen of op de Sphinxlunet in het bijzonder. De beperkte voorhanden zijnde informatie maakt dat niet geverifieerd kan worden of de volgens verweerder regelmatig op deze weg plaatsvindende controles ter verkrijging van informatie over illegaal verblijf nog voldoen aan het wettelijke vereiste dat dergelijke controles slechts in beperkte mate mogen plaatsvinden.
2.6.3 De rechtbank stelt voorts vast dat in het aanvullend proces-verbaal diffuse en onduidelijke informatie wordt gegeven. Hierdoor is onduidelijk of de controle waarbij eiser is staandegehouden heeft plaatsgevonden ter verkrijging van informatie over illegaal verblijf of juist op basis van informatie of ervaringsgegevens over illegaal verblijf na grensoverschrijding. Tegen de achtergrond van de door eiser aangevoerde gronden en de ter zitting gestelde vragen had het op de weg van verweerder gelegen om juist meer helderheid te verschaffen over de vraag hoe de uitgevoerde controle zich verhoudt met het bepaalde in artikel 4.17a, tweede lid, van het Vb 2000. Dat de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal aangeeft waarom hij - eenmaal tijdens de uitvoering en dus kennelijk nadat al tot het houden van een controle was besloten - eiser selecteerde om staande te houden, doet aan bovenstaande vaststelling niet af.
2.7 Gezien al het bovenstaande moet de staandehouding van eiser als onrechtmatig worden beschouwd.
2.8 Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State maakt de onrechtmatigheid van de staandehouding de daaropvolgende inbewaringstelling, indien aan alle in de wet gestelde vereisten daarvoor is voldaan, eerst onrechtmatig, indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Verweerder heeft noch ter zitting noch in zijn brief van 23 augustus 2012 belangen gesteld op grond waarvan moet worden geoordeeld dat een eventuele onrechtmatigheid van de staandehouding van eiser geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van de bewaring. De omstandigheden die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan het met de inbewaringstelling gemoeide belang van de openbare orde geven daarvan evenmin blijk. De enkele omstandigheid dat voor eiser tussentijds tevergeefs Dublinclaims naar Frankrijk zijn verzonden en dat verweerder blijkens diens brief van 21 augustus 2012 vervolgens is overgegaan tot het opstarten van een procedure voor terugkeer naar Kameroen, is op zichzelf niet toereikend om het geconstateerde gebrek te passeren. Gelet op het bovenstaande en in ogenschouw genomen het zwaarwegende belang van elke vreemdeling om gevrijwaard te blijven van een onrechtmatige staandehouding, is de rechtbank van oordeel dat de onrechtmatige staandehouding geen andere gevolg kan hebben dan dat de bewaring van meet af aan voor onrechtmatig dient te worden gehouden. De overige beroepsgronden van eiser behoeven daarom geen nadere bespreking.
2.9 Het beroep is derhalve gegrond. De bewaring dient met ingang van heden te worden opgeheven.
2.10 Op grond van artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000 kan de rechtbank, indien zij de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt, aan de vreemdeling een schadevergoeding toekennen.
2.11 Naar het oordeel van de rechtbank zijn er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om eiser een schadevergoeding toe te kennen van € 105,-- voor de dagen dat de maatregel in een politiecel ten uitvoer is gelegd en € 80,-- voor de dagen dat de maatregel in een huis van bewaring ten uitvoer is gelegd.
Dit betekent dat eiser een schadevergoeding van € 1.730,-- toekomt.
2.12 Nu het beroep gegrond wordt verklaard, bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Met toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze kosten vastgesteld op € 1.092,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor een nadere reactie en wegingsfactor 1).
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van heden;
- kent aan eiser een schadevergoeding toe van € 1730,--;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 874,-- te betalen aan de griffier van de rechtbank, nevenzittingsplaats Zutphen, door storting op bankrekeningnummer 5699.90.726 ten name van Ministerie van Justitie Zutphen (547), onder vermelding van het in de kop van deze uitspraak genoemde registratienummer.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.C. Cremers. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2012.