ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1283
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende gronden verlengingsbesluit en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Tibetaan van Chinese nationaliteit, werd op 21 februari 2012 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij beschikte bij aanvang reeds over een originele Chinese identiteitskaart en werkte mee aan de aanvraag van een laissez-passer (LP), die op 12 april 2012 door de Chinese autoriteiten in behandeling werd genomen.
Verweerder verlengde de bewaring op 17 augustus 2012 met het argument dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting, omdat hij geen andere documenten had verstrekt. De rechtbank oordeelt dat eiser niet verplicht kon worden andere documenten te verkrijgen vanwege zijn bijzondere positie als Tibetaan, en dat verweerder geen onderbouwing gaf voor het moment waarop een vervangend reisdocument zou worden afgegeven.
De rechtbank concludeert dat het verlengingsbesluit onvoldoende is gemotiveerd en niet standhoudt. De voortzetting van de bewaring vanaf 17 augustus 2012 is onrechtmatig. Daarom beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel en kent eiser een schadevergoeding toe van € 2.720,- voor 34 dagen detentie. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven vanaf 17 augustus 2012 en eiser krijgt een schadevergoeding van € 2.720,- toegekend.