ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verdeling van gemeenschappelijke onroerende zaken wegens ne bis in idem
Eisers vorderden de verdeling van meerdere gemeenschappen van onroerende zaken waarin zij samen met verschillende gedaagden deelgenoten zijn. De rechtbank onderzocht per gemeenschap de vorderingen, waarbij bleek dat voor een aantal gemeenschappen reeds onherroepelijke Duitse vonnissen met exequatur waren verleend die de verdeling regelden.
Gedaagde sub 1 voerde aan dat de Nederlandse rechtbank zich niet bevoegd mocht verklaren vanwege deze Duitse uitspraken en beriep zich op het ne bis in idem-beginsel. De rechtbank oordeelde dat de Duitse vonnissen executieerbaar zijn en dat het ne bis in idem-beginsel toepassing vindt, waardoor inhoudelijke beoordeling door de Nederlandse rechter niet wenselijk is.
Voor de gemeenschap zonder Duitse procedure ontbrak het aan een concrete onderbouwing van de gevorderde verdeling door eisers, terwijl gedaagden verwezen naar een overeenkomst met aanbiedingsplicht. De rechtbank concludeerde dat de vordering onvoldoende is gespecificeerd en wees deze af.
Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank bevestigde dat de bevoegdheid tot executie van de Duitse vonnissen vaststaat en dat de Nederlandse rechter niet terugkomt op deze definitieve beslissingen.
Uitkomst: Vordering tot verdeling van gemeenschappen wordt afgewezen vanwege onherroepelijke Duitse vonnissen en onvoldoende onderbouwing.