ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1835
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schending onpartijdigheidsbeginsel bij psychiatrische opname
In deze zaak werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die een beslissing moest nemen over de onrechtmatigheid van de opname van verzoekster in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet Bopz. Verzoekster stelde dat de rechter haar stellingen verkeerd had weergegeven en niet had beslist op haar verzoek om te bepalen dat de opname onrechtmatig was, terwijl dit verzoek mondeling was gedaan tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter niet had beslist op het verzoek en dat uit de beschikking van 28 augustus 2012 niet bleek dat de beslissing was aangehouden. Hierdoor kon bij verzoekster de vrees ontstaan dat de rechter haar stellingen niet had gehoord of niet wilde horen, wat objectief gerechtvaardigd was. De kamer wees het eerste wrakingsverzoek toe en bepaalde dat het onderzoek in de hoofdzaak geschorst wordt en door een andere rechter moet worden hervat.
Het tweede wrakingsverzoek werd als ontvankelijk beoordeeld maar ongegrond verklaard, mede omdat de nieuwe gronden pas na het eerste verzoek waren ontstaan. De wrakingskamer benadrukte het belang van het beginsel van hoor en wederhoor en dat de rechter in Wet Bopz-zaken zelf onderzoek mag doen. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 22 oktober 2012.
Uitkomst: Het eerste wrakingsverzoek wordt toegewezen en het onderzoek in de hoofdzaak wordt geschorst totdat een andere rechter de zaak behandelt.