ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2049
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering verblijf Malta
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen vanwege een Dublinclaim en het feit dat hij een verblijfsvergunning in Malta bezit. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende duidelijkheid bood over de toetsing aan artikel 31, tweede lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn verblijfsvergunning in Malta niet geldig is of dat Malta zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet nakomt. De minister stelde dat Malta een derde land is dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en dat eiser daar een verblijfsstatus heeft, waardoor geen gegronde vrees voor vervolging in Somalië bestaat.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd wegens onvoldoende motivering, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de afwijzing op grond van de wet stand kan houden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.M.P. van Alphen op 1 november 2012, waarbij partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.