ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na echtscheiding van tafel en bed in het buitenland
De vrouw verzocht de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen met betrekking tot de zorg en omgang met de minderjarige kinderen en kinderalimentatie, nadat zij en de man in Italië van tafel en bed waren gescheiden. De rechtbank stelde vast dat de vrouw voornemens was een verzoek tot echtscheiding in te dienen, maar dat dit niet mogelijk was omdat zij reeds van tafel en bed gescheiden waren. Zij stelde een verzoek tot omzetting van de scheiding van tafel en bed in echtscheiding te zullen doen op grond van artikel 5 van Pro de verordening Brussel IIbis.
De rechtbank oordeelde dat deze bepaling slechts de bevoegdheid van gerechten regelt en geen aparte procedure biedt voor omzetting. In Nederland kan het huwelijk na scheiding van tafel en bed worden ontbonden via een verzoek op grond van artikel 1:179 BW Pro. Artikel 821 Rv Pro, dat voorlopige voorzieningen regelt, is echter beperkt tot zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed en biedt geen grondslag voor voorzieningen na ontbinding van het huwelijk.
De rechtbank overwoog verder dat de Italiaanse beslissing reeds ordelijke maatregelen bevat en dat het verzoek daarom niet verenigbaar is met de strekking van artikel 821 Rv Pro. Gelet hierop wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorzieningen na scheiding van tafel en bed in Italië wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.