ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2552
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschilprocedure aansprakelijkheid gemeente voor val door losliggend grind
Op 21 juni 2010 is verzoekster met haar brommer ten val gekomen op een geasfalteerde weg nabij parkeerplaats 'De Kuil'. Zij botste tegen een paaltje en verloor daarbij ringen. Verzoekster stelt dat losliggend zand en grind op het wegdek de oorzaak is van haar val en stelt de gemeente aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW Pro en subsidiair 6:162 BW.
De gemeente betwist de toedracht en stelt dat deze niet vaststaat omdat er geen getuigen van het ongeval zijn en de verklaringen van personen die na het ongeval ter plaatse kwamen onvoldoende bewijs vormen. De rechtbank oordeelt dat de stellingen van verzoekster onvoldoende zijn onderbouwd, mede omdat de foto's pas maanden na het ongeval zijn gemaakt en geen zand of grind op het asfalt tonen.
De rechtbank wijst het verzoek af op grond van artikel 1019z Rv omdat nadere bewijslevering nodig is en de investering in tijd en kosten niet opweegt tegen het belang van de vordering. Tevens overweegt de rechtbank dat zelfs bij veronderstelde juistheid van de toedracht de gemeente niet aansprakelijk is omdat het bekend is dat zand op duinwegen kan liggen en verzoekster daarop bedacht had moeten zijn.
De kosten van de procedure worden gematigd tot een bedrag van € 2.509,53, lager dan door verzoekster opgegeven, en de gemeente wordt niet veroordeeld tot betaling van deze kosten. Er is geen aanleiding voor een veroordeling van verzoekster in de proceskosten van de gemeente.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van aansprakelijkheid van de gemeente wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van de toedracht en noodzaak tot nadere bewijslevering.