ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2558

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
30 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1134009 - RP VERZ 12-50018
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1019w RvArt. 1019aa RvArt. 6:96 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid werkgever voor verkeersongeval tijdens werk en kostenveroordeling deelgeschil

Op 5 december 2006 raakte verzoeker betrokken bij een verkeersongeval op de Rijksweg A4 nabij Rijswijk. Tijdens zijn werkzaamheden verloor hij met de bedrijfsbus van zijn werkgever de macht over het stuur op een glad weggedeelte, waardoor het voertuig tegen een brugpijler tot stilstand kwam.

Verzoeker startte een deelgeschilprocedure ex artikel 1019w e.v. Rv om de aansprakelijkheid van de werkgever vast te stellen en verzocht om veroordeling tot schadevergoeding en kostenvergoeding. Werkgever erkende de aansprakelijkheid op 5 juli 2012 en bevestigde dit op 13 september 2012, waardoor dit punt geen discussie meer vormde.

De kantonrechter stelde vast dat de kosten van de procedure redelijk waren en begrootte deze op €1.555,15, inclusief griffierecht. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze kosten en tot vergoeding van de nader vast te stellen schade van verzoeker. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Werkgever is volledig aansprakelijk voor het ongeval en veroordeeld tot betaling van nader vast te stellen schade en proceskosten van €1.555,15.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector kanton
Locatie 's-Gravenhage
zaaknummer / rekestnummer: 1134009 / RP VERZ 12-50018
Beschikking van 30 oktober 2012
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
advocaat mr. L.B. de Jong te 's-Gravenhage,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
verweerster,
advocaat mr. ing. G.J. van Egmond te Gouda.
Partijen worden hierna [verzoeker] en werkgeefster genoemd.
1.De procedure
1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 10 januari 2012, met producties;
- de brief van 17 september 2012 van de zijde van werkgeefster.
1.2.De geplande mondelinge behandeling op 18 september 2012 heeft, gelet op de inhoud van voornoemde brief van 17 september 2012, geen doorgang gevonden.
1.2.Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.
2.De feiten
2.1.Op 5 december 2006 is [verzoeker] op de Rijksweg A4 ter hoogte van Rijswijk betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden is [verzoeker] met de bedrijfsbus van zijn werkgever op een glad weggedeelte in een slip geraakt, waardoor het voertuig tegen een brugpijler tot stilstand is gekomen.
3.Het verzoek
3.1.[verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat werkgeefster volledig aansprakelijk is voor de gevolgen van het hem op 5 december 2006 overkomen ongeval en werkgeefster te veroordelen de nader vast te stellen schade aan hem te vergoeden, alsmede werkgeefster te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.De beoordeling
4.1.Werkgeefster heeft bij brief van 17 september 2012 te kennen gegeven dat zij de aansprakelijkheid op 5 juli 2012 heeft erkend, hetgeen op 13 september 2012 nogmaals aan de advocaat van [verzoeker] is bevestigd, zodat de aansprakelijkheidsvraag geen discussiepunt meer is tussen partijen. Gelet hierop acht de kantonrechter het verzoek toewijsbaar als na te melden.
4.2.Ingevolge artikel 1019aa Rv dient de rechtbank de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt te begroten, waarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW Pro in aanmerking worden genomen. Of de kosten redelijk zijn, hangt ervan af of het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt en of de omvang van de kosten redelijk is.
4.3.Nu niet weersproken is dat de met de onderhavige procedure gemoeide kosten in redelijkheid zijn gemaakt, zal de kantonrechter overgaan tot begroting van de kosten.
4.4.Mr. De Jong stelt dat bij de begroting van de kosten rekening dient te worden gehouden met 5 uur, een uurtarief van € 235,--, 6% kantoorkosten en 19% BTW, te vermeerderen met het betaalde griffierecht. Nu werkgeefster tegen deze kostenopgave geen bezwaar heeft gemaakt en de kosten de kantonrechter redelijk voorkomen, zal de kantonrechter de kosten begroten op een bedrag van € 1.555,15 in totaal (€ 1.482,15 aan kosten verzoekschrift en € 73,-- aan griffierecht).
4.5.Nu werkgeefster de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het [verzoeker] overkomen ongeval heeft erkend, zal zij als verzocht uitvoerbaar bij voorraad in de hiervoor genoemde kosten worden veroordeeld.
5.De beslissing
De kantonrechter:
5.1.bepaalt dat werkgeefster volledig aansprakelijk is voor de gevolgen van het [verzoeker] op 5 december 2006 overkomen ongeval, alsmede dat werkgeefster gehouden is de door [verzoeker] als gevolg van het ongeval geleden - nader vast te stellen - schade aan hem te vergoeden;
5.2.begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 1.555,15 en veroordeelt werkgeefster tot betaling van deze kosten;
5.3.verklaart de onder 5.2 opgenomen kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.