ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Staat aansprakelijk voor advocaatkosten wegens onrechtmatig anderbeslag op onroerend goed
In deze civiele procedure vorderen eiser en de stichting [C.] vergoeding van advocaatkosten van de Staat vanwege onrechtmatig gelegd anderbeslag op een onroerende zaak. Het anderbeslag was gelegd op een pand dat via een complexe eigendomsketen uiteindelijk toebehoorde aan eiser en [C.].
De rechtbank beoordeelt of het beslag rechtmatig was volgens artikel 94a lid 3 Sv, dat vereist dat het voorwerp afkomstig is van een misdrijf, dat er sprake is van verhaalsfrustratie en dat de 'ander' wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat het voorwerp van een misdrijf afkomstig was. De Staat stelde dat het pand afkomstig was van misdrijf, namelijk handel in verdovende middelen waarvoor betrokkene reeds was veroordeeld.
De rechtbank oordeelt echter dat het beslag in strijd met de wet is gelegd, omdat het misdrijf (witwassen) ten tijde van het gaan toebehoren nog niet strafbaar was en de 'ander' dit niet kon weten. Hierdoor is sprake van een onrechtmatige overheidsdaad. De zaak is aangehouden om nadere stukken van de Staat te ontvangen over het nieuwe strafrechtelijk onderzoek. De beslissing over de aansprakelijkheid wordt uitgesteld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst naar een nadere rol voor aanvullende stukken van de Staat.