ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2717
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Staat aansprakelijk voor advocaatkosten wegens onrechtmatig anderbeslag in witwaszaak
De rechtbank 's-Gravenhage heeft geoordeeld dat het anderbeslag dat onder eisers is gelegd in strijd is met artikel 94a lid 3 Sv (oud) omdat het beslag betrekking had op goederen die niet afkomstig konden zijn van een strafbaar feit ten tijde van de beslaglegging. Witwassen was destijds nog niet strafbaar, waardoor eisers niet konden weten of vermoeden dat de voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren.
De Staat stelde dat het beslag verband hield met witwaspraktijken waarvoor de betrokkene later werd vervolgd, maar de rechtbank verwierp dit omdat het wetenschapsvereiste niet was voldaan. De rechtbank oordeelde dat het beslag onrechtmatig was en dat de Staat aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.
Eisers vorderden vergoeding van advocaatkosten die zij maakten in verband met het onrechtmatige beslag. De rechtbank wees de vergoeding toe voor redelijke en noodzakelijke advocaatkosten, waarbij uren besteed aan studie en kort gedingprocedure werden uitgesloten. De Staat werd veroordeeld tot betaling van respectievelijk €3.535,93 aan [eiser] en €4.951,08 aan [C.], vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 maart 2011.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van redelijke advocaatkosten aan eisers wegens onrechtmatig anderbeslag.