ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3248
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verblijfsvergunning studie ten onrechte ingetrokken wegens schending hoorplicht
Eiser, een Chinese student die was ingeschreven aan de Universiteit van Amsterdam voor het studiejaar 2010-2011, kreeg zijn verblijfsvergunning voor studie ingetrokken omdat verweerder meende dat hij per 6 januari 2011 was gestopt met studeren. Verweerder baseerde dit op een telefonische mededeling van de universiteit en de uitschrijving van eiser wegens het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats.
Eiser voerde bezwaar aan en overlegde bewijsstukken, waaronder een verklaring van de universiteit en een overzicht van studieresultaten waaruit bleek dat hij tot en met 17 juni 2011 examens had afgelegd en behaald. De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar niet zonder nader onderzoek kennelijk ongegrond had mogen verklaren en daarmee de hoorplicht uit artikel 7:2 Awb Pro had geschonden.
De rechtbank stelde vast dat eiser ondanks zijn uitschrijving nog steeds studeerde en ingeschreven stond, en dat het standpunt van verweerder onvoldoende was gemotiveerd. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 7:2 en 7:12 Awb. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Het beroep werd gegrond verklaard, waarbij de rechtbank ook aannam dat eiser procesbelang had, ondanks zijn tijdelijke terugkeer naar China, omdat hij zijn studie wilde afronden. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Kleij op 1 november 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.