ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3943
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- M.E. Honée
- M.J. van Cleef-Metsaars
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband onrechtmatige uitlatingen waterbedrijven
HWS vordert schadevergoeding van Vewin en Vitens wegens onrechtmatige uitlatingen over haar product Zero-water, die volgens HWS hebben geleid tot beëindiging van de samenwerking met Albert Heijn en daarmee tot schade.
De rechtbank bevestigt dat Vewin en Vitens onrechtmatig hebben gehandeld, maar oordeelt dat HWS niet heeft bewezen dat deze gedragingen causaal verband houden met de beëindiging van de overeenkomst. Uit getuigenverklaringen en bewijsstukken blijkt dat Albert Heijn de overeenkomst op 15 april 2003 heeft beëindigd, vóór ontvangst van de brief van Vewin, en dat ook andere negatieve publiciteit, zoals van de Consumentenbond, een rol speelde.
De rechtbank concludeert dat het onrechtmatig handelen van Vewin en Vitens niet de doorslaggevende oorzaak was voor de beëindiging en dat het bewijsrisico bij HWS ligt. De vorderingen worden afgewezen en HWS wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van HWS tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband.