ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek onmiddellijke vrijlating overgebrachte gedetineerde op grond van voortgezette tenuitvoerlegging
Eiser is in Noorwegen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en zes maanden, welke veroordeling onherroepelijk is. Op verzoek van eiser en de Noorse autoriteiten is hij overgebracht naar Nederland om de straf hier voort te zetten. De Staat heeft het gerechtshof Arnhem om advies gevraagd, dat positief was, waarna de tenuitvoerlegging in Nederland is gelast.
Eiser vordert onmiddellijke vrijlating met het argument dat hij niet goed geïnformeerd zou zijn over de gevolgen van de overbrenging, dat de procedure niet conform de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) zou zijn verlopen, dat zijn veroordeling onrechtmatig is en dat hij detentieongeschikt zou zijn. Tevens beroept hij zich op een lopende klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en een verwacht herzieningsverzoek in Noorwegen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overbrenging en voortzetting van de strafrechtelijke tenuitvoerlegging rechtmatig zijn, dat eiser geen recht heeft op een nieuwe beoordeling van zijn straf in Nederland en dat het indienen van een klacht bij het EHRM geen schorsing van de tenuitvoerlegging rechtvaardigt. Ook is onvoldoende aannemelijk dat het herzieningsverzoek zal slagen of dat eiser detentieongeschikt is. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke vrijlating wordt afgewezen en de voortgezette tenuitvoerlegging van de straf wordt bevestigd.