ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4975
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bescherming hogere autoriteiten
Eiser, lid van de oppositiepartij Musavat in Azerbeidzjan, werd geconfronteerd met geweld en dreiging vanwege zijn politieke activiteiten. Na mishandeling door de politie en bedreigingen van justitie besloot hij onder te duiken en uiteindelijk het land te verlaten. Zijn echtgenote kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend vanwege het reële risico bij terugkeer.
Verweerder wees de aanvraag van eiser af, stellende dat eiser bescherming had kunnen inroepen bij hogere autoriteiten zoals de politie, Ombudsman en het EHRM. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat deze bescherming effectief was, mede gelet op het ambtsbericht dat het optreden van deze instanties als ineffectief en niet-onafhankelijk typeert.
De rechtbank stelde vast dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming niet zinloos was en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit anders zou zijn. Ook het verschil in behandeling tussen eiser en zijn echtgenote werd onvoldoende toegelicht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming.