ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4983
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag opheffing ongewenstverklaring wegens niet voldoen aan verwijderingsvereiste
Eiser, een Poolse unieburger, diende op 27 juli 2011 een aanvraag in tot opheffing van een ongewenstverklaring die op 28 januari 2011 was opgelegd wegens openbare orde en veiligheid. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser ten tijde van de beslissing niet was verwijderd uit Nederland, terwijl de wet en richtlijn 2004/38 dit als voorwaarde stellen voor een dergelijke aanvraag.
Eiser voerde aan dat deze verwijderingsvoorwaarde niet mocht worden gesteld omdat het besluit tot ongewenstverklaring flagrant in strijd zou zijn met artikel 27 van Pro de richtlijn, en dat de toetsing ex nunc moest plaatsvinden. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat het besluit onherroepelijk is en dat de richtlijn en jurisprudentie geen grond bieden voor een andere toetsing dan ex tunc.
Verder stelde eiser dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en daarom geen hoorplicht bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de verwijderingsvoorwaarde.