ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5154
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herplaatsing advocaten op curatorenlijst rechtbank Breda
In deze zaak vorderen twee advocaten en hun kantoor herplaatsing op de curatorenlijst van de rechtbank Breda nadat zij in november 2011 werden geschrapt. De rechtbank Breda voerde als beleid dat het aantal curatoren moest worden teruggebracht om de kwaliteit te verbeteren door concentratie van benoemingen bij beroepscuratoren met een substantieel faillissementspraktijk.
De eisers hadden een beperkte faillissementspraktijk en werden gemiddeld vijfmaal per jaar benoemd, terwijl het gemiddelde tien was. Ondanks hun bereidheid om meer en grotere faillissementen te behandelen, vond de rechtbank dat dit onvoldoende was om de schrapping als onredelijk te bestempelen. Ook het ontbreken van het aangekondigde evaluatiegesprek voorafgaand aan de schrapping werd erkend, maar dit was onvoldoende om de beslissing onrechtmatig te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat de beslissing van de rechtbank Breda een bestuurlijke beleidskeuze betreft die met terughoudendheid moet worden getoetst. De vordering tot herplaatsing werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot herplaatsing op de curatorenlijst wordt afgewezen wegens onvoldoende grond om het beleid van de rechtbank Breda onrechtmatig te achten.