ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5179
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning buitenlandse adoptie van minderjarige uit Verenigde Staten door Nederlandse rechtbank
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot erkenning van een buitenlandse adoptie van een minderjarige geboren in de Verenigde Staten. Verzoeksters, beiden woonachtig in Nederland, hadden de adoptie in Florida laten uitspreken. De rechtbank beoordeelde of aan de voorwaarden van artikel 10:109 BW Pro was voldaan, waaronder de naleving van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) en het belang van het kind.
Uit de stukken bleek dat de minderjarige ten tijde van het verzoek in de Verenigde Staten verbleef, maar bij de adoptie-uitspraak al in Nederland woonde. De rechtbank concludeerde dat de adoptie-uitspraak in Florida was gedaan door een bevoegde autoriteit en dat een behoorlijk onderzoek en rechtspleging hadden plaatsgevonden. Er waren geen aanwijzingen dat erkenning in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde.
Ten aanzien van verzoekster werd aan alle voorwaarden voldaan en werd de adoptie erkend. Voor verzoeker werd de adoptie nog niet erkend, omdat formeel niet aan alle wettelijke vereisten was voldaan. De rechtbank besloot echter om, gelet op het belang van het kind en proceseconomische redenen, ook de adoptie door verzoeker uit te spreken naar Nederlands recht, zodat het kind met beide opvoeders een gelijke familierechtelijke relatie krijgt.
De rechtbank gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand om de adoptie te registreren en erkende de naamsvaststelling van de minderjarige conform de buitenlandse adoptiebeslissing.
Uitkomst: De rechtbank erkent de buitenlandse adoptie door verzoekster en spreekt de adoptie door verzoeker uit naar Nederlands recht.