ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit vanaf geboorte
Verzoekster, geboren in 1949 te een geboorteplaats, verzoekt de rechtbank vast te stellen dat zij vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit. Zij baseert dit op artikel 2 lid 1 aanhef Pro en onder a van de Rijkswet op het Nederlanderschap (WNI), omdat haar vader ten tijde van haar geboorte in Nederland woonde en diens ouders eveneens in Nederland woonden.
De rechtbank stelt vast dat verzoeksters vader bij zijn geboorte de Oostenrijkse nationaliteit had en later de Britse nationaliteit verkreeg, zonder ooit de Nederlandse nationaliteit te bezitten. Verzoeksters moeder had bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit, maar verloor deze door het verkrijgen van de Britse nationaliteit in 1947, en herwon deze in 1957.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 2 lid 1 aanhef Pro en onder a WNI, dat met terugwerkende kracht geldt vanaf 27 mei 1953, een kind geboren in Nederland van een vader die op zijn beurt geboren is uit een in Nederland wonende moeder, automatisch de Nederlandse nationaliteit verkrijgt. Aangezien verzoekster aan deze voorwaarden voldoet, wordt vastgesteld dat zij vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit.