ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5249
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toegang tot penitentiaire inrichting ontzegd wegens verzending mobiele telefoons via advocaatpost
Een strafrechtadvocaat stuurde via de geprivilegieerde advocaatpost zes mobiele telefoons met toebehoren aan een gedetineerde cliënt in een penitentiaire inrichting. De directeur van de inrichting opende de post en kwalificeerde de telefoons als contrabande, waarna aan de gedetineerde een officiële waarschuwing werd gegeven.
De directeur legde vervolgens een toegangsverbod van acht weken op aan de advocaat, omdat hij meende dat de orde, rust en veiligheid in de inrichting ernstig waren verstoord. De advocaat vorderde in kort geding onmiddellijke opheffing van het toegangsverbod, stellende dat de maatregel disproportioneel was en het vrije en persoonlijke contact met cliënten ernstig belemmerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de directeur bevoegd is om toegang te weigeren ter handhaving van orde en veiligheid, maar dat een algeheel toegangsverbod een oneigenlijk middel is. De maatregel trof ook cliënten die niets met de fout van de advocaat te maken hadden en telefonisch contact bood onvoldoende waarborgen.
De rechter vond dat het toegangsverbod, ook als sanctie, niet proportioneel was en dat de reeds verstreken duur voldoende was om een krachtig signaal af te geven. De vordering van de advocaat werd toegewezen en de directeur werd veroordeeld de advocaat met onmiddellijke ingang weer toe te laten tot de inrichting.
Uitkomst: De advocaat wordt met onmiddellijke ingang weer toegelaten tot de penitentiaire inrichting; het toegangsverbod wordt opgeheven.