ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5422
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vreemdelingenbewaring en berekening 6-maandentermijn
Eiser werd op 14 maart 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een korte opheffing volgde aansluitend strafrechtelijke detentie, waarna op 28 maart 2012 opnieuw vreemdelingenbewaring werd opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht of de termijn van zes maanden, zoals bedoeld in artikel 59, vijfde lid, Vw 2000, moet worden berekend vanaf de eerste of de laatste inbewaringstelling. Uit de wetsbepaling en jurisprudentie volgt dat de termijn begint te lopen vanaf de datum van de laatste inbewaringstelling, 28 maart 2012. De eerdere bewaring en strafrechtelijke detentie tellen niet mee voor deze termijn.
Omdat de bewaring op 18 september 2012 werd opgeheven, was de termijn van zes maanden nog niet verstreken en was een verlengingsbesluit niet vereist. De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.