ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens onrechtmatige daad ondanks weigering betekening Verenigde Staten
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens onrechtmatige daad van de Verenigde Staten van Amerika. De betekening van de dagvaarding aan de gedaagde werd door de Amerikaanse Centrale Autoriteit geweigerd met de reden dat gedaagde onvoldoende tijd had gehad om te verschijnen in een eerdere procedure.
De rechtbank oordeelt dat deze reden niet valt onder de uitzonderingen van artikel 13 lid 1 Haags Pro Betekeningsverdrag, waarin alleen weigering is toegestaan bij schending van soevereiniteit of veiligheid. De betekening is op twee voorgeschreven wijzen toegezonden, en ondanks het ontbreken van bewijs van betekening kan op grond van artikel 15 lid 2 van Pro het verdrag en artikel 10 van Pro de Uitvoeringswet verstek worden verleend en een vonnis worden gewezen.
De rechtbank beoordeelt de vordering naar Nederlands recht conform Rome II en wijst de gevorderde schadevergoeding toe, inclusief liquidatietarief en proceskosten. Er is geen aanleiding om de zaak te verwijzen naar de kantonsector. De kosten van het geding worden aan de zijde van eiser vastgesteld en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling daarvan.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en verleent verstek ondanks de weigering van betekening door de Verenigde Staten.