ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6164
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.T.H. Zimmerman
- R.A. Sipkens
- H.T. Masmeyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, van Turkse nationaliteit, had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning ingediend die door verweerder op 13 oktober 2011 werd afgewezen. Eerder was al vastgesteld dat eiser vanwege artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op de b-grond van de Vreemdelingenwet 2000. Desondanks heeft eiser belang bij de beoordeling van artikel 3 van Pro het EVRM, dat uitzetting kan verbieden bij een reëel risico op onmenselijke behandeling.
Eiser voerde nieuwe feiten en omstandigheden aan, waaronder recente ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken over de verslechterde situatie in Turkse gevangenissen en een uitspraak van het Committee Against Torture. Verweerder betwistte niet dat eiser nog steeds actief wordt gezocht vanwege vermeende PKK-activiteiten. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde stukken nova zijn en dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 4:6 Awb Pro en gaf verweerder zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1529,50 aan de griffier.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.