ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7551
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot onmiddellijke vrijlating wegens benutting bezwaarprocedure vervangende jeugddetentie
Eiser is veroordeeld tot een maatregel betreffende het gedrag van jeugdigen (GBM) met een voorwaardelijke vervangende jeugddetentie van twaalf maanden bij niet-meewerken. Na diverse besluiten van de officier van justitie tot omzetting van de GBM in vervangende jeugddetentie, heeft eiser bezwaar aangetekend tegen de duur hiervan. Dit bezwaar is door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard, waarna geen rechtsmiddel meer openstond.
Eiser vordert in kort geding onmiddellijke vrijlating op grond van artikel 77wc lid 3 WvSr, stellende dat de dagen van medewerking aan de GBM en reeds doorgebrachte jeugddetentie in mindering hadden moeten worden gebracht op de vervangende jeugddetentie. De penitentiaire inrichting hanteert echter een latere einddatum dan eiser betoogt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat hij de bezwaarprocedure, die voldoende waarborgen biedt, niet heeft benut om zijn standpunt over de duur van de detentie te betwisten. De beslissing van de rechtbank Amsterdam staat vast en kan in kort geding niet worden herzien. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot onmiddellijke vrijlating en veroordeeld in de proceskosten.