ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting terecht opgelegd ondanks beroep op verdedigings-, zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete opgelegd aan eiseres over de jaren 2004 tot en met 2006. De Belastingdienst had vastgesteld dat aanzienlijke contante betalingen aan [Y BV], onderdeel van een fiscale eenheid met eiseres, niet in de administratie waren verantwoord en niet waren aangegeven. Eiseres voerde aan dat de contante bedragen via de directeur en enig aandeelhouder [C] liepen en niet aan haar konden worden toegerekend. Tevens stelde zij dat zij in haar verdediging was geschaad, dat de naheffingsaanslag onvoldoende was onderbouwd, dat zij recht had op een dwangsom wegens te late uitspraak op bezwaar, en dat zij kostenvergoeding voor de bezwaarfase verdiende.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van voorafgaande gelegenheid tot verweer bij het opleggen van de naheffingsaanslag, eiseres niet benadeeld was omdat zij in de bezwaarfase ruim de gelegenheid had gehad haar standpunten kenbaar te maken. De rechtbank stelde vast dat eiseres de vereiste aangiften niet had gedaan en dat de bewijslast daarom was omgekeerd en verzwaard. Eiseres slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de contante omzet lager was dan door de Belastingdienst geschat. De naheffingsaanslag was gebaseerd op een redelijke schatting van de niet aangegeven omzet.
Verder verwierp de rechtbank de beroepen op het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Het beroep op een dwangsom wegens te late uitspraak op bezwaar werd afgewezen omdat de ingebrekestelling niet tijdig was gedaan en de uitspraak binnen de wettelijke termijn was gegeven. Wel kende de rechtbank een proceskostenvergoeding van €436 toe voor de bezwaarfase, omdat de boetebeschikking was vernietigd en eiseres daarom recht had op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar. De uitspraak op bezwaar werd op dit punt vernietigd en de proceskostenvergoeding vastgesteld.
Uitkomst: Naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd, beroep op dwangsom en vernietiging afgewezen, proceskostenvergoeding voor bezwaarfase toegekend.