ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende zienswijzekans
Verzoeker, een Nepalese vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen. Verzoeker stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om een zienswijze in te dienen, omdat het voornemen na kantoortijd werd verzonden waardoor de termijn te kort was om het met behulp van een tolk te bespreken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het onredelijk was om de dag van verzending na 17.00 uur mee te tellen in de termijn voor het indienen van een zienswijze. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig voorbereid en kwam het voor vernietiging in aanmerking. Tegelijkertijd werd geoordeeld dat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De authenticiteit van door verzoeker overgelegde documenten, waaronder een identiteitskaart, kon niet worden vastgesteld; de identiteitskaart bleek zelfs vervalst. Dit verzwakte de bewijswaarde van de stukken en maakte dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.