ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- A.H. Bergman
- S. van Groningen
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming en overschrijding redelijke termijn in militair invaliditeitspensioenprocedure
Eiser, een gewezen beroepsmilitair, voerde jarenlang procedures over de toekenning van een militair invaliditeitspensioen. Het besluit van 3 maart 2006, waarin de aanvraag werd afgewezen, werd later vernietigd en vervangen door een besluit van 6 november 2006 waarin het pensioen werd toegekend met terugwerkende kracht vanaf 25 oktober 1999.
De rechtbank stelde vast dat de weigering in het besluit van 3 maart 2006 een onrechtmatige daad opleverde die aan verweerder is toe te rekenen. Eiser vorderde schadevergoeding voor gemaakte reiskosten, immateriële schade en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank wees vergoeding van bepaalde reiskosten af omdat deze reeds via andere procedures vergoed hadden moeten worden, maar kende een bedrag van €179 toe voor overige reiskosten. Voor immateriële schade was onvoldoende bewijs van geestelijk letsel. Wel werd een schadevergoeding van €3.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurs- en rechterlijke fase, die in totaal ruim drie jaar bedroeg.
De schadestaatprocedure werd aangehouden tot de uitspraak in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank concludeerde dat de procedure te lang heeft geduurd en dat de Staat aansprakelijk is voor de overschrijding. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 28 december 2012.
Uitkomst: Verweerder en de Staat worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding voor reiskosten en overschrijding van de redelijke termijn, immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.