ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing ondernemingsplan
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aangevraagd, maar deze werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter wees dit af.
De rechtbank oordeelde dat de standstillbepaling van het Aanvullend Protocol niet strekt tot het verlenen van schorsende werking aan het bezwaar. Het ontbreken van schorsende werking is geen materiële toelatingsvoorwaarde, maar een gevolg van het besluit. Het ondernemingsplan van verzoeker was onvoldoende onderbouwd met objectieve bewijsstukken, zoals diploma's, marktanalyses en financiële gegevens, en toonde niet aan dat er een wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt afgewezen.