ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9265
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenbeschikking over vaststelling kinderalimentatie en draagkrachtberekening in internationaal familierecht
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 1 mei 2012 een tussenbeschikking gegeven in een zaak over kinderalimentatie tussen het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) namens de moeder en de vader van een minderjarige die in Zweden woont.
De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is de zaak te behandelen ondanks dat de woonplaats van de vader in Nederland is en de minderjarige in Zweden verblijft. Het toepasselijk recht is Zweeds recht, waarbij de alimentatie met terugwerkende kracht tot drie jaar kan worden vastgesteld. De vader voert verweer tegen terugwerkende kracht en stelt dat hij reeds kosten heeft gemaakt voor de minderjarige, maar de rechtbank acht het bewijs daarvoor onvoldoende.
De rechtbank beoordeelt de draagkracht van de vader over verschillende periodes, rekening houdend met zijn arbeidsongeschiktheid en schulden. De draagkracht van de moeder wordt betwist vanwege onvoldoende onderbouwing van haar inkomen. De rechtbank houdt rekening met de onderhoudsplicht van beide ouders naar rato van hun draagkracht. De rechtbank acht de behoefte van de minderjarige vastgesteld op basis van Zweedse normbedragen, maar vraagt nadere specificatie voor eerdere jaren en sportuitgaven.
De rechtbank houdt de zaak aan om partijen in de gelegenheid te stellen aanvullende stukken te overleggen, waaronder bewijs over het huwelijk of gezamenlijk kind van de moeder met haar partner, inkomensgegevens van de moeder en financiële bescheiden van de vader voor eerdere perioden. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 1 oktober 2012.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot 1 oktober 2012 voor overleg van aanvullende stukken en nadere beoordeling van kinderalimentatie.