ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ0013
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering medische en humanitaire gronden
Eisers, een Iraaks gezin met een minderjarige dochter, kregen hun verblijfsvergunningen asiel ingetrokken door verweerder omdat de oorspronkelijke gronden voor verlening zouden zijn vervallen. Eisers voerden aan dat er wel degelijk gronden zijn voor verblijf, onder meer vanwege het risico op ontvoering van eiser en de medische situatie van hun dochter, die volgens hen onder artikel 3 EVRM Pro valt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake zou zijn van uitzonderlijke omstandigheden en dwingende humanitaire redenen die een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer zouden opleveren. Met name de medische situatie van de dochter, die epilepsie en andere aandoeningen heeft, werd onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Ook het risico op ontvoering van eiser werd niet aannemelijk geacht als actueel.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder niet adequaat heeft gemotiveerd waarom de situatie in Bagdad in 2007 niet kon worden aangemerkt als een situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, hetgeen ook tot vernietiging van het besluit leidde.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en gaf hem zes weken de tijd om nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten en beveelt nieuwe besluitvorming binnen zes weken met inachtneming van de uitspraak.