ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ0306
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning pleegkind wegens ontbreken gezag en onaanvaardbare toekomst
Eiser, een minderjarige uit Pakistan, verzocht om een verblijfsvergunning als adoptie- of pleegkind bij zijn oom, de referent, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De aanvraag werd afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat het gezag over eiser aan referent is toegekend door een overheidsinstantie, noch dat eiser feitelijk tot het gezin van referent behoort. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde Adoption Deed onvoldoende bewijs levert voor het gezag en dat eiser in Pakistan bij zijn moeder en familie verbleef.
Verweerder stelde dat eiser in Pakistan een aanvaardbare toekomst heeft, omdat er voldoende familieleden zijn die voor hem kunnen zorgen, ondanks de zorg voor zijn zieke moeder. De rechtbank toetste dit oordeel terughoudend en concludeerde dat verweerder met een redelijke en toereikende motivering tot zijn standpunt kon komen.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat geen juridische gezinsband of langdurig verblijf bij referent was aangetoond. Ook het beroep op artikel 3 IVRK Pro werd verworpen, omdat de belangen van het kind bij het besluit waren betrokken. De overige beroepsgronden bleven onbesproken omdat niet aan de hoofdvoorwaarde was voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning als pleegkind wordt afgewezen.