ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ1328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing uitvoering rechtshulpverzoek VAE wegens mensenrechtenrisico's
Eiser, met de Britse nationaliteit, was in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) veroordeeld voor drugsdelicten en werd geconfronteerd met een rechtshulpverzoek van de VAE aan Nederland voor informatie over drugsbeslag en mogelijke betrokkenheid. Eiser vorderde in kort geding dat Nederland geen uitvoering zou geven aan dit verzoek, stellende dat dit zou leiden tot schending van mensenrechten en risico op de doodstraf.
De rechtbank oordeelde dat het VN-verdrag tegen sluikhandel in verdovende middelen van toepassing is en dat Nederland gebonden is aan de daarin opgenomen voorwaarden, waaronder de anti-doodstrafgarantie. De VAE hebben deze garantie gegeven en Nederland heeft bevestigd dat uitvoering van het verzoek pas zal plaatsvinden na herbevestiging van deze garantie.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor een flagrante schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of het Verdrag tegen Foltering (CAT). Onderzoeken en contacten met Britse en Nederlandse diplomaten wezen niet op mishandeling of onmenselijke behandeling. Ook de door eiser aangevoerde documenten van Amnesty International en het Europees Parlement betroffen andere situaties dan die van eiser.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de uitvoering van het rechtshulpverzoek wordt afgewezen; iedere partij draagt eigen kosten.