ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ2958
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangende verhuizing moeder met minderjarige wegens financieel belang en co-ouderschap
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind te verhuizen van plaats 1 naar plaats 2, vanwege een aanstelling bij een ziekenhuis. De rechtbank erkent het evidente financiële belang van de moeder, die kostwinner is en onderhoudsplicht heeft, terwijl de vader geen substantieel inkomen heeft. De rechtbank acht de noodzaak tot verhuizing voldoende aannemelijk, mede omdat andere functies voor de moeder niet reëel zijn.
De rechtbank constateert dat de communicatie tussen de ouders zeer slecht is, wat de uitvoering van de co-ouderschapsregeling ernstig belemmert. Dit leidt tot de conclusie dat het belang van het kind bij voortzetting van het co-ouderschap geen belemmering vormt voor de verhuizing. Het financiële belang van het kind bij de verhuizing weegt zwaarder dan het belang bij behoud van de vertrouwde omgeving en de fysieke beschikbaarheid van de vader.
De vader is economisch niet aan plaats 1 gebonden en er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de verhuizing een te grote belasting voor het kind zou zijn. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe onder de opschortende voorwaarde van het tot stand komen van de aanstelling bij het ziekenhuis. Daarnaast wordt een ouderschapsonderzoek bevolen om de zorgregeling nader te bepalen, waarbij mediation wordt aanbevolen om de communicatie en samenwerking tussen de ouders te verbeteren.
Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige te verhuizen naar plaats 2 onder de opschortende voorwaarde van het tot stand komen van haar aanstelling bij het ziekenhuis.