ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3589
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Stehouwer
- A.W. Govers
- J.L.M. Schell
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet tijdige aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Eiser, met Somalische nationaliteit, ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Deze uitkering werd beëindigd omdat zijn verblijfsvergunning op 27 december 1998 was verlopen en hij geen tijdige aanvraag tot verlenging had ingediend. Eiser stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 1b, aanhef en onder 3, van de Vreemdelingenwet (Vw) en dat de Koppelingswet niet bedoeld was om hem bijstand te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat niet was vastgesteld dat eiser rechtmatig verblijf hield zoals vereist in artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vw. Daarnaast werd geoordeeld dat de wetgever met de Koppelingswet onderscheid maakt tussen vreemdelingen met onvoorwaardelijk en voorwaardelijk verblijf, waarbij alleen de eerste groep aanspraak kan maken op bijstand. Het beroep op het recht op gelijke behandeling uit artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten werd verworpen omdat het onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
Voorts stelde de rechtbank dat de termijnoverschrijding voor het indienen van de aanvraag niet relevant is voor de toepassing van de Abw en het Besluit gelijkstelling. De beoordeling van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding ligt bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wegens niet tijdige aanvraag verlenging verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.