ECLI:NL:RBSHE:1999:AA3888
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake persoonsgebonden budget na indicatiebesluit
Verzoekster ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op grond van een besluit van 21 april 1999. Zij stelde dat het aantal uren zorg in dit besluit lager was dan voorheen toegekend, en verzocht om een voorlopige voorziening die het hogere aantal uren zou handhaven totdat de hoofdzaak was beslist.
Verweerder stelde dat het bezwaar zich niet richtte tegen het pgb-besluit van 21 april 1999, maar tegen het voorafgaande indicatiebesluit van 16 maart 1999, dat de zorgbehoefte vaststelde. Dit indicatiebesluit is een bestuursbesluit in de zin van de Awb en moet door het indicatieorgaan worden genomen.
De president constateerde dat het indicatiebesluit gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van motivering, wettelijke grondslag en bezwaarclausule, en dat het bezwaarschrift van verzoekster niet door verweerder was doorgezonden naar het indicatieorgaan. Hierdoor was het bezwaarschrift ontvankelijk, maar de procedure niet correct afgehandeld.
Omdat het bezwaar tegen het indicatiebesluit gericht is en niet tegen het pgb-besluit, en het indicatiebesluit niet in deze procedure beoordeeld kan worden, bestaat geen grond voor de gevraagde voorlopige voorziening. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege de procedurele tekortkomingen.
De president wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.