ECLI:NL:RBSHE:1999:AA4914
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid dwangbevel lesgeld en aansprakelijkheid niet-wettelijke vertegenwoordiger
Eiser had zijn minderjarige zoon ingeschreven voor voortgezet onderwijs en verklaarde het lesgeld te zullen betalen, hoewel hij niet de wettelijke vertegenwoordiger was. Verweerster maande eiser tot betaling van het lesgeld en vaardigde een dwangbevel uit wegens niet-betaling. Eiser maakte bezwaar tegen het dwangbevel en stelde dat hij niet tot betaling verplicht was omdat zijn ex-echtgenote het ouderlijk gezag had.
De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk, stellende dat de verschuldigdheid van het lesgeld aan de bestuursrechter was voorbehouden. De rechtbank 's-Hertogenbosch oordeelde echter dat de burgerlijke rechter wel bevoegd is om de rechtmatigheid van het dwangbevel te toetsen, inclusief de vraag naar de verschuldigdheid van het lesgeld.
De rechtbank overwoog dat eiser zich door ondertekening van de onderwijskaart aansprakelijk had gesteld voor betaling, ondanks het ontbreken van wettelijk gezag. Verweerster hoefde niet uit eigen beweging te onderzoeken of eiser de wettelijke vertegenwoordiger was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser gehouden is het lesgeld te voldoen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij is gehouden het lesgeld te voldoen.