ECLI:NL:RBSHE:1999:AA8158
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Bestuursaansprakelijkheid voor onbetaalde premies sociale verzekeringen na faillissement onderneming
Eiser, voormalig directeur van een onderneming die failliet ging, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies sociale verzekeringen over de jaren 1990 tot en met 1992. Verweerder baseerde de aansprakelijkheid op artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (CSV), waarbij het faillissement werd gezien als een openbare melding van betalingsonmacht. Eiser betwistte onder meer dat er sprake was van betalingsonmacht en stelde dat de brief van juni 1994 als melding had moeten gelden.
De rechtbank stelde vast dat het faillissement als openbare melding kan worden beschouwd en dat op grond van een strafrechtelijk vonnis vaststond dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur door eiser in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement. Dit onbehoorlijk bestuur droeg bij aan het niet betalen van de premies. De rechtbank oordeelde dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser binnen de doelstelling van de wet valt.
Echter, de rechtbank constateerde dat verweerder niet adequaat had gereageerd op de betwisting van de juistheid van een deel van de premie (f 194.305,32), hetgeen in strijd is met artikel 16d lid 8 CSV en artikel 7:11 lid 1 Awb Pro. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.