ECLI:NL:RBSHE:2000:AA6109
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W. Govers
- J.L.M. Schell
- J. Van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Toepassing oude opzeggingstermijn voor WW-uitkering werknemers ouder dan 45 jaar
Eisers, allen ouder dan 45 jaar en voormalig werknemers van Y B.V., kregen na ontbinding van hun arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie vergoedingen toegekend. Verweerder weigerde WW-uitkeringen tot september of oktober 1999, omdat eisers geacht werden loon te ontvangen over een fictieve opzeggingstermijn. De rechtbank onderzocht of de oude of nieuwe wettelijke regeling voor opzeggingstermijnen van toepassing was.
De rechtbank stelt vast dat artikel XXI van de Flexwet bepaalt dat voor werknemers ouder dan 45 jaar de oude regeling blijft gelden. De verwijzing in artikel 16, lid 3 WW naar artikel 672 BW Pro (nieuwe regeling) moet worden gelezen in samenhang met artikel XXI Flexwet. De letterlijke tekst is innerlijk tegenstrijdig, maar het begrip 'rechtens geldende termijn' omvat ook de overgangsbepaling.
Verder oordeelt de rechtbank dat de opzeggingstermijn de gehele periode omvat tot en met de dag waartegen kan worden opgezegd, inclusief resterende dagen van de maand. Verweerder heeft ten onrechte bij de bepaling van die dag de nieuwe regeling toegepast. De besluiten worden daarom vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de fictieve opzeggingstermijnen niet te lang zijn.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers. De uitspraak bevestigt dat oudere werknemers bij WW-uitkeringen recht hebben op toepassing van de oude, langere opzeggingstermijn.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten die de nieuwe regeling toepasten en bevestigt dat de oude opzeggingstermijn geldt voor werknemers ouder dan 45 jaar bij WW-uitkering.