ECLI:NL:RBSHE:2000:AA8782
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding na vernietiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim
Eiser werd aanvankelijk ontslagen wegens plichtsverzuim en stelde bezwaar en beroep in tegen dit disciplinaire ontslag. De rechtbank vernietigde het besluit tot ontslag wegens disproportionaliteit, maar oordeelde dat het ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid gerechtvaardigd was.
Eiser vorderde vervolgens vergoeding van immateriële schade wegens de aanvankelijke kwalificatie van het ontslag als strafontslag, wat zijn eer en goede naam zou hebben aangetast. Verweerder wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit.
De rechtbank overwoog dat hoewel geestelijk leed onder omstandigheden kan leiden tot vergoeding, eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het leed zodanig was dat het als aantasting van zijn persoon kon worden beschouwd. Ook was het persbericht geanonimiseerd en was het ontslag op een andere grond in stand gebleven.
Daarom werd het beroep van eiser tegen de afwijzing van immateriële schadevergoeding ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat het bestuursorgaan een onrechtmatige daad had gepleegd, maar dat de schadevergoeding niet gerechtvaardigd was wegens onvoldoende causaliteit en ernst van het geestelijk leed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.