ECLI:NL:RBSHE:2000:AF0321

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/380 R
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens voldoende middelen voor betaling schuldeisers

Bij vonnis van 15 november 1999 werd een definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. Op 4 juli 2000 verzocht de bewindvoerder de rechter-commissaris om tot uitbetaling aan de schuldeisers over te gaan, naar aanleiding van een uitbetaling van een spaarbrief.

Op 29 augustus 2000 vond de verificatievergadering plaats waarbij de preferente en concurrente schuldvorderingen werden vastgesteld zonder betwiste vorderingen. De rechter-commissaris deed vervolgens een voordracht tot beëindiging van de schuldsanering.

Tijdens de terechtzitting van 12 september 2000 werd vastgesteld dat de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten. Er is een bedrag van fl. 29.155,78 beschikbaar op de schuldsaneringsrekening, voldoende om alle schuldeisers en boedelkosten te voldoen. De bewindvoerder is onvoorwaardelijk gevolmachtigd om deze betalingen te verrichten. De rechtbank besluit daarom de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat de schuldenaar voldoende middelen heeft om alle schuldeisers en kosten te voldoen.

Uitspraak

tussentijdse beëindiging schuldsanering
hervatten betalingen
Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch,
Enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 15 november 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
X., geboren ..., wonende te P.
Bij brief van 4 juli 2000 heeft de bewindvoerder de rechtercommissaris verzocht om tot uitbetaling van de schuldeisers over te mogen gaan, aangezien er een uitbetaling van een spaarbrief had plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan heeft op 29 augustus 2000 de verificatievergadering plaatsgevonden, waarbij de erkende preferente en concurrente schuldvorderingen zijn vastgesteld. Er zijn geen betwiste schuldvorderingen.
De rechter-commissaris heeft vervolgens een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen. De schuldenaar en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 12 september 2000.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten.
Uit het onderzoek is de rechtbank gebleken dat er een uitkering op een spaarbrief beeft plaatsgevonden, uit welk bedrag zowel de boedelkosten als de geverifieerde schuldeisers kunnen worden voldaan. De bewindvoerder heeft een schriftelijke volmacht overgelegd, waaruit blijkt dat zij door schuldenaar onvoorwaardelijk is gevolmachtigd om na beëindiging van de schuldsaneringsregeling alle schuldeisers alsmede de schuldsaneringskosten te voldoen van de gelden die de bewindvoerder onder zich heeft op de schuldsaneringsrekening. Het bedrag dat thans op de rekening staat (fl. 29.155,78) is voldoende om al deze kosten te voldoen.
Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De rechtbank heeft het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten reeds bij afzonderlijke beslissing vastgesteld.
Beslissing
De rechtbank:
beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2000 in tegenwoordigheid van C.M. Sweep, griffier.