ECLI:NL:RBSHE:2000:BQ3185

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 november 2000
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
32822 HA ZA 98-2891
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Keizer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 9 Wet op de inkomstenbelasting 1964
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding opleidingskosten na seksueel misbruik

In deze civiele zaak stond de vergoeding van schadeposten na seksueel misbruik centraal, waarbij nog slechts de opleidingskosten ad €13.007,05 ter beoordeling waren. Eiser heeft voldoende aangetoond dat zijn werkgever geen vergoeding voor deze kosten heeft toegekend, waardoor deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank heeft het fiscale voordeel dat eiser kon genieten door aftrek van studiekosten vastgesteld op €1.938,-, waardoor de netto schadepost op €11.069,05 wordt gesteld. Dit voordeel is berekend conform de wettelijke regeling inzake reiskostenvergoeding.

De totale schadevergoeding wordt daarmee vastgesteld op €71.562,66, inclusief eerdere toegekende schade. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €71.562,66 schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S HERTOGENBOSCH
VONNIS
Zaaknummer : 32822 / HA ZA 98-2891
Datum uitspraak : 24 november 2000
Vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's Hertogenbosch, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[Partij A,]
wonende te [adres]
eiser,
procureur mr. J.A.J.M.I. van Laake,
tegen:
[Partij B,]
wonende te [adres],
gedaagde,
procureur mr. A.H.J. Barten,
als vervolg op het tussenvonnis d.d. 21 juli 2000.
1. De verdere procedure
Het verdere verloop van het geding blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de akte van eiser;
- de antwoordakte van gedaagde.
Partijen hebben andermaal vonnis gevraagd.
2. De verdere beoordeling
2.1. Aan de orde is alleen nog schadepost 2.b ad ? 13.007,05 terzake opleidingskosten. Eiser diende in verband daarmee een verklaring van zijn werkgever over te leggen, dat deze eiser geen vergoeding voor deze opleiding heeft toegekend. Eiser heeft bij zijn akte een dergelijke verklaring overgelegd, zodat thans genoegzaam is aangetoond dat de opleidingskosten voor eigen rekening van eiser zijn gebleven en derhalve voor schadevergoeding in aanmerking komen. Daaraan doet niet af dat, zoals gedaagde reageert, het gebruikelijk zou zijn dat werkgevers dit soort opleidingskosten aan hun werknemers vergoeden. Het is niet relevant of andere werkgevers wel een vergoeding zouden hebben toegekend, maar alleen of de werkgever van eiser feitelijk een dergelijke vergoeding heeft toegekend en dat blijkt niet het geval.
2.2. In r.o. 2.8 van het laatste tussenvonnis is geoordeeld dat op de opleidingskosten ad ? 13.007,05 nog het fiscale voordeel in mindering moet worden gebracht, dat eiser heeft genoten of had kunnen genieten door de studiekosten als fiscale aftrekpost op te voeren. Bij zijn akte heeft eiser een aantal stukken overgelegd van zijn accountant, die heeft berekend dat het totale fiscale voordeel ? 1.938, zou hebben bedragen. Eiser heeft nog toegelicht dat de accountant voor de reiskosten heeft gerekend met de door de belastingdienst maximaal geaccepteerde kilometervergoeding van 33 cent. Gedaagde reageert dat bij de aftrek van studiekosten de werkelijke kosten kunnen opgevoerd, zodat de accountant had moeten rekenen met de door de rechtbank bij de schadebegroting gehanteerde kilometervergoeding van 60 cent. De rechtbank verwerpt dat verweer onder verwijzing naar artikel 46 lid 9 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarin is bepaald dat reiskosten alleen als uitgaven ter zake van opleiding of studie in aanmerking worden genomen tot een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per kilometer. De rechtbank stelt de schadepost dan ook vast op ? 13.007,05 minus het door eiser berekende fiscale voordeel ad ? 1.938, geeft ? 11.069,05.
2.3. De in r.o. 2.9. van het laatste tussenvonnis al toewijsbaar geachte schade ad ? 60.493,61 dient derhalve nog te worden vermeerderd met schadepost 2.b ad ? 11.069,05, waarmee de totale schade uitkomt op ? 71.562,66. Over dat bedrag is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag der dagvaarding, nu eiser in zijn akte heeft opgegeven dat hij die rente niet tegen een eerdere datum heeft aangezegd.
2.4. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank:
veroordeelt gedaagde om tegen kwijting aan eiser te betalen een bedrag van ? 71.562,66, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding, zijnde 26 november 1998, tot aan de dag der voldoening;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de wederpartij begroot op ? 5.190,45, waarvan ? 3.300,00 salaris procureur en ? 1.890,45 verschotten;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Keizer, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.