ECLI:NL:RBSHE:2001:AD3406
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning opgraving stoffelijk overschot en schending grafrust
E heeft bij de burgemeester van de gemeente Eindhoven een vergunning aangevraagd voor het opgraven van het stoffelijk overschot van haar overleden partner X, om dit te herbegraven in haar woonplaats F. De burgemeester verleende de vergunning, ondanks een negatief advies van de Regionale Inspecteur Milieuhygiëne. De moeder, zus en broer van de overledene (eisers) maakten bezwaar tegen deze vergunning en verzochten om schorsing en vernietiging.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was de vergunning te verlenen, maar onvoldoende rekening heeft gehouden met het grafrustbeginsel zoals neergelegd in artikel 29 van Pro de Wet op de lijkbezorging. De belangen van eisers, die zich beroepen op het beginsel van grafrust, zijn niet adequaat meegewogen tegenover de belangen van E. De motivering van het besluit is ontoereikend, aangezien het negatieve advies van de Regionale Inspecteur zonder voldoende onderbouwing is genegeerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt dat de burgemeester een nieuw besluit neemt met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten en griffierechten ten laste van de gemeente gelegd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van het grafrustbeginsel.