ECLI:NL:RBSHE:2001:AD5787
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bruggink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en boete voor overtredingen Arbeidstijdenwet met feitelijk leidinggeven
Deze strafzaak betrof overtredingen van voorschriften uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer, gepleegd in juli 1999. Verdachte werd verdacht van 175 overtredingen, waarvan het merendeel niet wettig en overtuigend bewezen werd verklaard. De economische politierechter sprak verdachte vrij van feiten onder parketnummers 01/070274-01 feiten 1-4 en 01/070943-01 feiten 1-2 wegens onvoldoende bewijs.
De officier van justitie werd niet ontvankelijk verklaard voor enkele feiten wegens verjaring. Wel werden enkele overtredingen bewezen verklaard waarbij verdachte feitelijk leiding gaf aan verboden gedragingen binnen een vennootschap. De verdediging voerde onder meer aan dat woon-werkverkeer ten onrechte was meegeteld bij de rij- en rusttijden, wat door de rechter werd bevestigd, waardoor verdachte van die overtredingen werd vrijgesproken.
De rechter oordeelde dat het bestuur van de vennootschap structureel tekort was geschoten in het organiseren van voldoende rust voor werknemers en dat verdachte als feitelijk leidinggevende aansprakelijk was. De opgelegde straf bestond uit geldboetes variërend van 1.000 tot 2.000 gulden per overtreding, met hechtenis als vervangende sanctie bij niet-betaling. De rechter verwierp het verweer dat gewijzigde wetgeving tot ontslag van rechtsvervolging zou leiden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van meerdere feiten, maar veroordeeld tot geldboetes voor enkele overtredingen van de Arbeidstijdenwet waarbij hij feitelijk leiding gaf.