ECLI:NL:RBSHE:2001:AD6131
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende schadevergoeding na verkeerde medicatietoediening bij kind
Op 1 april 1997 ondergingen zes kinderen, waaronder X, een tonsillectomie in een ziekenhuis. Door een fout in de ziekenhuisapotheek kregen zij een te hoge dosis atropine toegediend, wat leidde tot afwijkend gedrag en opname op de intensive care. Het ziekenhuis erkende aansprakelijkheid en betaalde een schadevergoeding aan de ouders en X.
De ouders vorderden een aanvullende vergoeding voor gemiste winst, gemaakte kosten, neuropsychologisch onderzoek, smartengeld en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank oordeelde dat de ouders voor zichzelf geen partij zijn bij de geneeskundige behandelovereenkomst en dat zij geen aanspraak kunnen maken op vergoeding van vermogensschade, zoals gederfde winst, omdat dit geen verplaatste schade betreft die onder artikel 6:107 BW Pro valt.
Verder wees de rechtbank de vordering voor neuropsychologisch onderzoek af, omdat X klachtenvrij was en eerdere onderzoeken geen afwijkingen hadden vastgesteld. Het reeds toegekende smartengeld van f. 1.500,-- werd als toereikend beschouwd. De rechtbank concludeerde dat het ziekenhuis volledig aan haar schadevergoedingsplicht had voldaan en wees de aanvullende vorderingen af, waarbij de ouders in de proceskosten werden veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanvullende schadevorderingen van de ouders af en veroordeelt hen in de proceskosten.